FIFO en de referentieprijs: welk lot verkoop je eerst?

De meeste uitleg over FIFO stopt bij de definitie. De vraag die er sinds 2026 toe doet is deze: je hebt stukken van vóór 1 januari 2026 én stukken van daarna, en je verkoopt een deel. Welke gaan er eerst uit, en tegen welke prijs worden ze afgerekend?

Twee regels die na elkaar werken

Eerst bepaalt FIFO wélk stuk verkocht wordt: het oudste dat je nog hebt. Daarna bepaalt de aankoopdatum van dát stuk welke kostenbasis erbij hoort — de referentieprijs van 31 december 2025 voor een lot van vóór 2026, of je werkelijke aankoopprijs voor een lot van daarna. Lag je aankoopprijs hoger dan de referentieprijs, dan telt de hoogste van de twee.

Een gedeeltelijke verkoop kan beide soorten raken

Eén verkoop, twee soorten kostenbasis. Dat is geen randgeval maar het normale geval voor iedereen die al vóór 2026 belegde en is blijven bijkopen.

Waarom een gemiddelde aankoopprijs hier niet werkt

Een gemiddelde van een lot uit 2019 en een lot uit 2026 is een prijs die je nooit betaald hebt, en waaruit niet meer af te leiden valt welk deel onder welke regel valt. De eis is niet dat je je aankopen kent, maar dat je ze apart kent.

Verder lezen

Meerwaardebelasting vanaf 2026

Crypto en belasting in België

Belasting op beleggen in België